Tips en adviezen voor een bevlogen kunstles
Tijdens de NEOS Zomeracademie volgen kunstdocenten verschillende workshops om hun kennis en skills een boost te geven. Deelnemers kruipen even in de huid van de leerling, en ervaren zo zelf nieuwe werkvormen en didactische technieken. In dit artikel lees je de leukste tips voor een bevlogen kunstles!
Klik gelijk door naar:
- Inspiratie voor een muziekles:
Musicians without Borders – Grenzeloos ritmisch - Hoe werkt het creatief proces?:
Mireille Huijbers – Creativiteit laten bloeien - Hoe houd je geweldoos gezag in de klas?:
Igor Vrebac – Verbindend Gezag - Hoe bespreek je gevoelige onderwerpen met leerlingen?
Maaike Merckens-Bekker – Moedig Filosoferen - Hoe maak je gebruik van nieuwsgierigheid?:
Jason Fredrick van Eunen – Samen nieuwsgierig - AI inzetten om creativiteit te prikkelen:
Simone van den Berg – Dit is geen AI workshop
Grenzeloos ritmisch
Dag en nacht, de vier seizoenen, adem in, adem uit en je hartslag: ons leven zit vol met ritme. In de workshop van Sherwin Kirindongo, van Musicians Without Borders konden we aan den lijve ervaren hoe het ritme van muziek in een mum van tijd verbinding tot stand brengt. Hieronder vind je een aantal tips om hier als muziekdocent mee ‘aan de slag’ te gaan.
Bij binnenkomst stonden diverse Braziliaanse slaginstrumenten te wachten in de ruimte: van Braziliaanse bel met hoge noten tot de Surdo, een grote trommel die het ritme bepaald. Genoeg instrumenten om iedereen in de groep mee te laten doen. De grootste les van Sherwin? Durf fouten te maken, en doe dat met overgave. Alleen zo kun je leren.
Tip 1: Rustige opbouw en snel resultaat.
Start rustig maar maak de leerling enthousiast om mee te doen. In deze workshop begint Sherwin met een opzwepend ritme om te laten horen wat het eindresultaat zal zijn. Dat werkt motiverend! Daarna worden er subgroepjes gemaakt die elk een deel van het ritme gaan spelen. We starten met 4 personen die de Surdo bespelen. Met deze grote trommel speelt het groepje een basisritme van 8 tellen. Zodra dit onder de knie is, komen de kleinere trommels erbij, stap voor stap breiden we uit. Elke keer dat er een nieuwe groep start gaat de hele groep mee in het ritme. Zo wordt de muziek steeds voller en stijgt de passie. Je bouwt dus rustig op, maar boekt snel resultaat waardoor het enthousiasme van alle leerlingen toeneemt.
Tip 2: Laat de leerlingen van elkaar leren
Na de pauze wisselen de leerlingen van instrument en jij, als docent, vertelt niets. Ze moeten aan elkaar de techniek en het ritme uitleggen. Wanneer iedereen tevreden is start je direct. En gaat het fout, dan is dat alleen maar goed.
Tip 3: Maak fouten en benoem deze positief
Laat de leerlingen fouten maken en het liefst vol overgave. Benoem dit ook. In onze huidige dagelijkse levens lijkt er veel focus te liggen op het presteren. Maar het proces is misschien nog wel waardevoller: het durven leren. Fouten maken hoort daarbij. Dus maakt iemand vol overgave een fout, prijs dit klassikaal.
Tip 4: Laat iedereen zelf ervaren en meedoen
Iedereen krijgt een instrument in de workshop, iedereen doet mee. Van grote drum tot kleine samba. Iedereen mag ervaren hoe het is om mee te doen in een groot ritme. Zodat kan elke leerling voelen hoe het is om samen muziek te maken. Muziek is de taal die elk mens, overal ter wereld begrijpt. Dat is de kracht van muziek. Iedereen kan meedoen in het ritme en een onderdeel zijn van een mooi of vooral leuke samba reggae. Een manier van samenkomen en elkaar zien zonder dat er woorden nodig zijn.
Creativiteit laten bloeien
Wil je leerlingen écht creatiever laten denken en werken? Zet dan in op nieuwsgierigheid, afwisseling en een veilige leeromgeving. Tijdens de interactieve workshop ‘Creativiteit laten bloeien’ door Mireille Huijbers kwamen onderstaande inzichten en tips naar voren.
Tip 1: Werk met het creatieve proces in vier fasen
Volgens de SLO kun je het creatief proces doorlopen in vier fasen: oriënteren, onderzoeken, uitvoeren, evalueren. Elke fase vraagt om een andere aanpak: laat leerlingen ontdekken, brainstormen, maken én reflecteren. Laat ze bijvoorbeeld starten met een inspirerend verhaal of buitenopdracht om nieuwsgierigheid te prikkelen. Door deze fasen te volgen heb je direct een goede en overzichtelijke lesopbouw te pakken. In het artikel ‘Out of the Box in vier stappen’ lees je er meer over.
Tip 2: Stimuleer creatief denken
Als vakdocent heb jij een sleutelrol:
- stel open vragen (“Wat zou er gebeuren als…?”),
- stel je oordeel uit en geef ruimte aan ideeën,
- creëer een veilige sfeer: er is geen goed of fout,
- wees trots op alle resultaten: alles telt mee in het proces.
Met het stellen van vragen (dus eigenlijk nieuwsgierig zijn) begeleid je niet alleen het creatief proces van de leerling, maar werk je tegelijkertijd aan minder prestatiedruk en aan meer diversiteit en inclusie.
Tip 3: Laat het eindproduct los om nieuwsgierigheid aan te wakkeren
Een goede controlevraag bij het ontwerpen van een opdracht: “Weet ik wat ze gaan maken?” Als het antwoord ‘ja’ is, kun je waarschijnlijk nog verder gaan in je opdracht om de creativiteit te prikkelen. Maak de opdracht spannend, onverwacht en met ruimte voor originaliteit.
Werken met Verbindend Gezag
Is het stellen van grenzen zonder uit de verbinding te gaan ook voor jou een zoektocht? Achter de methode van Verbindend Gezag ligt een schat aan inzichten die je als docent kunt toevoegen aan wat in jouw praktijk al werkt. Hieronder vind je de handreikingen die tijdens de workshop van Igor Vrebac aan bod kwamen.
Opvoeden en onderwijzen vanuit verbinding, met begrenzend en liefdevol verzet tegen onacceptabel gedrag, vrij van geweld. Zo luidt de definitie van Verbindend Gezag. Geweldloos verzet is zo oud als de wereld, maar mensen als Martin Luther King, Mahatma Ghandi en Nelson Mandela bezorgden het begrip wereldwijde bekendheid. Binnen de (onderwijs)psychologie is Haim Omer de grondlegger van verbindend gezag, in Nederland verder ontwikkeld voor ouders en het onderwijs door Eliane Wiebenga.
Wat ging er vooraf aan verbindend gezag?
In het Nederlandse onderwijs klinkt nog duidelijk de echo van de 19e eeuwse tijdsgeest: hiërarchie, sancties, afstandelijkheid en controle van gedrag staan hierin centraal. In het nieuwe onderwijs van de 21e eeuw werken we liever niet met dwang en macht, maar gaan we uit van gezag vanuit verbinding. De benadering van Verbindend Gezag kent vijf pilaren: zelfcontrole, aanwezigheid, relatie, netwerk, verzet. Hoe kun je als docent bewegen naar de tijdsgeest van de 21e eeuw en deze pilaren in jouw stijl van lesgeven integreren?
Algemene adviezen:
- Gebruik verbindend gezag als toevoeging voor wat al werkt in je lespraktijk.
- Stel grenzen en maak duidelijke kaders, waarbinnen iets mág.
- Sommige grenzen mogen best fluïde zijn, afhankelijk van de situatie en je persoonlijke welbevinden.
- Wees als docent eerlijk over hoe jij je voelt: ben je vandaag misschien moe, snel geïrriteerd, waaróm vind je iets niet leuk?
- Durf achteraf sorry te zeggen als je een leerling niet juist hebt behandeld.
- Gebruik vooral werkwoorden om leerlingen verder te helpen in hun gedrag: wat moet het kind vooral dóen?
Adviezen over zelfcontrole:
“Controle over eigen gedrag is haalbaar, controle over de ander is een illusie” (Mahatma Gandhi).
- Wees vastberaden en houd vol, zonder per se te willen ‘winnen’ van de leerling.
Vermijd zoveel mogelijk dreiging en dwang, want dan speel je in op angst bij de leerling. - “Smeed het ijzer als het koud is”. Op sommige negatieve gedragingen kan je beter láter pas terugkomen, als de hevige emoties zijn gaan liggen.
- Ontspan, adem in en uit, bewaar je kalmte. Neem je tijd om op dingen terug te komen.
- Eerst connectie, dan correctie.
- Vergroot je inzicht je eigen Window of Tolerance, oftewel de hoeveelheid stress die je aankunt. Wat maakt dat jij uit je slof schiet?
- En…vergeet vooral humor niet! Merkte een van de deelnemers op. Soms is dat de beste strategie in stressvolle situaties.
Adviezen over aanwezigheid:
- Wees zichtbaar aanwezig en beschikbaar voor je leerlingen zodat je uitstraalt: ik ben er voor jou, ook met je hele team.
- Als (kunst)vakdocent kan dat laatste een uitdaging zijn, omdat je vaak ‘in- en uitvliegt’ en het ‘territorium’ inkomt van een andere leerkracht. Een mogelijke tip: sta als dat kan bij het binnenkomen van de leerlingen naast de deur en verwelkom hen, of verzin een ander ritueel met hen als ze al in de klas zitten.
- Maak met ieder kind (oog)contact tijdens iedere les, geef oprechte complimenten, stel hen belangstellende vragen.
- Erken dat moeilijkheden bij het leven horen.
Adviezen over relatie:
- Maak en behoud de verbinding met je leerlingen, vooral met de eigenschappen van een leerling die je waardeert. Door diens kwaliteiten en talenten actief te benoemen, activeer je de ‘positieve stemmen’ in je hoofd en ga je anders kijken naar een leerling.
- Ga ook in conflictsituaties uit van gelijkwaardigheid tussen jou en de leerling.
- Handel niet door in te spelen op angst.
- Zet je in voor verzoening en herstel: waar komt het gedrag van de leerling vandaan?
- “Er is geen weg naar een goede relatie, een relatie is de weg” – Michael Grabbe
Adviezen over netwerk:
- Zorg voor een ondersteunend netwerk waarin je als collega’s met elkaar samenwerkt.
- Vraag hulp aan collega’s als je vastloopt.
- Wees transparant naar jezelf en de mensen in je netwerk.
Adviezen over verzet:
- Neem stelling tegen onacceptabel gedrag.
- Laat geweldloosheid daarbij de boventoon voeren.
- Kleine daden doen het grote werk.
- Tijd is je bondgenoot.
Moedig filosoferen
Als docent of leerkracht merk je misschien dat de spanningen in de samenleving soms ook het klaslokaal inkomen. In de workshop van Maaike Merckens-Bekkers ontdekten we hoe je gevoelige onderwerpen bespreekbaar maakt met leerlingen.
Jongeren hebben vaak sterk uiteenlopende meningen, gevormd door hun ouders en sociale media. Juist jij als docent kan leerlingen stimuleren om zichzelf echte vragen te stellen. Hoe vraag je door op hun meningen, zodat je tot gezamenlijke inzichten kan komen? En hoe doe je dat vanuit een oprechte houding, zonder oordeel? We delen hier de mooiste tips van Maaike.
Tip 1: Soms weet de docent het ook niet
Maaike deelt een aantal situaties in de klas waarin zij erkende dat ze ook geen antwoord had op de Grote Vragen. Dit zorgt soms voor ongemak: leerlingen zijn gewend dat docenten de Wetende volwassenen in de ruimte zijn – of in ieder geval doen alsof ze de dingen weten. Als je dit weten uitstelt, door vragen te blijven stellen en oprecht en open te luisteren naar de reacties, kom je samen verder. Laat het ongemak bestaan.
Tip 2: Stel open vragen en vraag door
Als een leerling heel snel een mening verkondigt, vraag door: waarom vind je dat? Bespreek met leerlingen het verschil tussen een mening en een oordeel. Spreek met elkaar af: in deze les mag je altijd je mening delen, maar hebben we geen oordelen.
Tip 3: Formuleer een antwoord vanuit logica en rede
Niet alle antwoorden zijn goed in een filosofische zoektocht. Zoek als docent naar de meest fundamentele opvatting van je leerlingen, de antwoorden achter ‘dat voel ik zo’. Waar komen de antwoorden vandaan? Bouw met open vragen door en vraag naar de rechtvaardiging van aannames. Bevraag vervolgens de volgende aanname, tot dat er wellicht een oprecht nieuw inzicht bij de leerling ontstaat.
Tip 4: Kom in een staat van aporie
Maaike werkt vanuit het socratische gesprek. Socrates was iemand die zo lang doorvroeg, dat het zijn gesprekspartners begon te irriteren. Socrates deed alsof hij niets wist. Zo kwamen hij en zijn gesprekspartners in ‘aporie’ terecht; een staat van denken waarin alles openligt. Omdat je alle aannames die achter een fenomeen zitten samen hebt ontleed. Je komt erachter dat je eigenlijk niets weet, en zo kom je tot nieuwe inzichten. Om deze methode in de klas toe te passen is een veilige sfeer en oprechte openheid van alle gesprekspartners noodzakelijk.
Maaike Merckens noemde spannende voorbeelden. Zo was er een jongen die zeker wist dat als hij een kind zou krijgen dat gay was, hij dat zou verstoten. Met doorvragen ontdekte Maaike de gedachte erachter: als gay persoon heb je het in de maatschappij zodanig zwaar, dat je er maar beter niet had kunnen zijn. Een ongemakkelijke mening, maar via het doorvragen kwam Maaike met de klas gezamenlijk tot een hele andere laag, dan waar ze in eerste instantie gestart waren. Het laat zien dat filosofie niet bedoeld is om te sturen, maar tot inzicht te komen over hoe er gedacht wordt over specifieke onderwerpen.
Samen nieuwsgierig
Wil je leerlingen écht betrokken krijgen bij je les? Ga dan op zoek naar hun natuurlijke nieuwsgierigheid. Tijdens zijn interactieve lezing ‘Samen nieuwsgierig’ deelde Jason Fredrick van Eunen zijn kennis over hoe nieuwsgierigheid werkt. En nog belangrijker: hoe je als docent de ontdek-knop van elke leerling kunt vinden.
Terwijl iedereen een plekje zoekt, is op het scherm een tekening te zien van wat een viertal tijgers lijkt te zijn. Voor aanvang van de lezing geeft Jason de opdracht om het aantal tijgers op de tekening te tellen. Als deelnemer voel je het al een beetje aankomen: dat zijn er vast meer dan die ogenschijnlijke vier.
Tip 1: Nieuwsgierigheid is een superkracht
‘Wie was er voordat ik begon met praten als bezig met het tellen van de tijgers?’ Vraagt Jason als de tijd voorbij is. Veel vingers gaan de lucht in: zo’n 70 procent van de groep. Maar ook zonder die vingers was het duidelijk te zien en horen in de ruimte: rumoer, focus, een blije kreet als iemand iets ontdekt, en fanatieke blikken die nog harder lijken te zoeken. ‘Ik zag zelfs mensen letterlijk uit hun stoel komen om nog beter te kunnen kijken’, zegt Jason.
En dat is wat we zien gebeuren, maar in de hersenen gebeurt er volgens Jason ook van alles: wanneer onze nieuwsgierigheid wordt geprikkeld, stromen de stofjes noradrenaline en dopamine stromen door ons systeem. Stofjes die ervoor zorgen dat we ontvankelijk zijn voor iets nieuws: om te leren dus. Deze reacties in het brein kun je als docent actief opwekken met gerichte opdrachten. Nieuwsgierigheid als superkracht, die je kunt trainen en verwaarlozen.
Tip 2: Elk mens heeft een eigen ‘ontdek-knop’
Heb jij weleens een Ikea meubel samen met iemand anders in elkaar gezet? Dan heb je waarschijnlijk ervaren dat iedereen daar zo zijn eigen aanpak in heeft: de een leest eerst uitgebreid de instructies, telt de onderdelen en overlegt met de ander. Een ander begint gewoon ergens, op goed geluk. Bij nieuwsgierigheid werkt het net zo: de ene persoon wil bij zoiets als het tellen van tijgers alles zelf uitzoeken, anderen betrekken liever anderen erbij: zie jij er daar in de boom ook een zitten?
Nieuwsgierigheid uit zich heel verschillend. Sommige kinderen worden nieuwsgierig door te verstillen. Andere hebben een trigger van buitenaf nodig. Je zou ook kunnen zeggen dat er twee knoppen zijn waar je als docent aan kunt draaien bij leerlingen: die van ontvankelijkheid en die van de stimulans. wanneer je als docent of leerkracht waar die knop zit bij jouw leerlingen, kun je er er gericht aan draaien.
Tip 3: Zorg dat nieuwsgierigheid niet wordt afgeremd
Nieuwsgierigheid kan spannend zijn. In een onderzoek met kleuters, waarin de kinderen mochten vertellen wat zij Kleuters weten dat ook: voor hen betekent nieuwsgierig zijn soms ‘bang of verlegen zijn’, je wilt iets vragen, maar bent bang dat het een domme vraag is. Of ‘stout zijn’, omdat je vanuit nieuwsgierigheid iets hebt gedaan wat niet mocht. Erken die spanning, maar laat zien dat nieuwsgierige vragen stellen in de klas juist waardevol is.
“Voor mij als moeder was het vooral de taak om de nieuwsgierigheid niet af te leren”, vertelt een van de deelnemers in de groep. Kinderen zijn van nature al nieuwsgierig. Maar ze kunnen ook geremd worden door angst om fouten te maken. Creëer daarom een veilige sfeer waar nieuwsgierigheid kan bloeien.
Tip 4: Manieren om nieuwsgierigheid te prikkelen
Als je eenmaal een beeld hebt van hoe jouw leerlingen geprikkeld raken, kun je gerichter werken met de verschillende soort prikkels om nieuwsgierigheid op te wekken. Er zijn een aantal elementen waarvan universeel bekend is dat ze nieuwsgierig maken:
- Geheimzinnigheid – Begin met een raadsel, laat iets
(nog) onverklaard of hou iets achter. - Onvoorspelbaarheid – Verander het perspectief of
gebruik een twist. - Eigenaarschap – Laat de leerling zelf iets kiezen of
bedenken rondom de opdracht. - Complexiteit – Geef ruimte voor meerdere
antwoorden of meningen. - Verwondering – Gebruik iets fascinerends, grappigs
of geks. - Verwarring – Strooi met een klein beetje twijfel of
onduidelijkheid. - Nieuwigheid – Laat iets zien wat nog totaal
onbekend is. - Emotionele betrokkenheid – Maak het onderwerp
persoonlijk, verbindt het met echte ervaringen.
Het geven van prikkels op nieuwsgierigheid op te wekken kun je op verschillende momenten van de les doen. In een nieuwsgierig momentje stuur je als onderwijsprofessional bewust het brein van de leerling een prikkel die aanzet tot nadenken, verkennen en meer willen weten. Een voorbeeld:
Foutje… of toch niet?!
Opletten geblazen! Laat je klas weten dat je in je les één keer iets fout zult doen. Aan de leerlingen de taak om te ontdekken wat de fout is. Zo houd je ze extra scherp!
Op de website Nieuwsgierig Denken lees je meer tips.
Dit is geen AI workshop
Hoe kunnen we AI gebruiken, zonder dat we afbreuk doen aan onze creatieve vermogens en talenten? In de workshop ‘Dit is geen AI workshop’ liet Simone van den Berg deelnemers kennismaken met de door haarzelf ontworpen ‘Chatbot Charlie’: een analoge chatbot die leerlingen creatieve opdrachten geeft. Een mooie manier om AI in te zetten, zonder dat de creativiteit bij leerlingen verloren gaat.
Tijdens de workshop kruipen deelnemers in de huid van een leerling en gaan zelf aan de slag met Charlie. De leerling krijgt een leeg grid, die opgevuld mag worden met behulp van verschillende soorten kaartjes. Bijvoorbeeld: ‘mijn gevoel van vandaag’, ‘welke superkracht wil je hebben’ en een inspiratieplaatje. Vervolgens maakt de leerling een foto van het ingevulde grid en uploadt deze foto in Charlie, de chatbot, die als output drie unieke creatieve opdrachten genereert, gebaseerd op de persoonlijke input van de leerling. De leerling kiest dan een van de opdrachten kiezen en gaat daarmee aan de slag.
Naast chatbot Charlie ontwierp Simone ook een chatbot die jou als docent helpt om creatieve vakoverstijgende opdrachten te ontwerpen.
